De postmenopauze wordt omschreven als alle jaren die op de menopauze (het tijdstip waarop 12 maanden lang geen menstruatie meer plaatsvindt) volgen. De eierstokken van de vrouw zijn ermee opgehouden te functioneren en de vrouw is nu onvruchtbaar.
De oestrogeen- en progesteronspiegels blijven dalen en schommelen een tijdlang tot in de postmenopauze. Dus, eventuele symptomen die een vrouw mocht ervaren, stoppen niet noodzakelijkerwijs meteen, maar kunnen nog een hele tijd voortduren voordat ze tenslotte volledig verdwijnen.
Andere effecten die terug te voeren zijn tot een lage oestrogeenspiegel blijven bestaan, zelfs nadat de overgangsjaren voorbij zijn. Vaak verliest de huid daarbij proteïnes (collageen). Dit maakt de huid droger en dunner, en gaat ze eerder jeuken. Er is mogelijk minder onderarm- en schaamhaar aanwezig. Bij sommige vrouwen neemt de gezichtsbeharing toe.
Het tekort aan oestrogeen veroorzaakt dat het weefsel in en rond de vagina dunner en droger wordt waardoor seksuele gemeenschap pijnlijk kan worden. De urinewegen worden ook dunner, en de urethra (urinebuis) wordt korter. Daarom kunnen zich bij vrouwen gemakkelijker urineweginfecties ontwikkelen. Sommige vrouwen hebben ook last van 'stressincontinentie' waarbij een kleine hoeveelheid urine uit de blaas ontsnapt wanneer er druk op wordt uitgeoefend – bijvoorbeeld bij lachen en hoesten.
Gezondheidsrisico's in de postmenopauze
Er zijn echter ook langetermijnveranderingen en problemen die bij vrouwen in de postmenopauze voorkomen wegens de dalende oestrogeenspiegel. De grootste risico's zijn osteoporose en hartziekte.
- Botweefsel: oestrogeen helpt bij het handhaven van gezond botweefsel door de instandhouding van de juiste balans tussen resp. de aanmaak en afbraak van botweefsel te bevorderen. Daarom, gezien de daling van de oestrogeenspiegel in combinatie met het bijna niet meer aanwezige progesteron, wat eveneens in grote mate bijdraagt aan gezond botweefsel, neemt de dichtheid van de botstructuur af, wat soms kan leiden tot osteoporose.
- Cardiovasculaire systeem: oestrogeen regelt de cholesterolproductie op zodanige wijze dat daardoor de afzetting van vetten aan de vaatwanden beperkt wordt. Na de menopauze neemt bij de vrouw het niveau aan lipiden toe, vooral de cholesterol met lipoproteïnen van lage dichtheid (LDL= low density lipoprotein – de 'slechte' cholesterol). Het niveau van cholesterol met hoge-dichtheid-lipoproteïnen (HDL= high density lipoprotein – de 'goede' cholesterol) neemt af. Dat betekent dat de afzetting van vetten aan de vaatwanden meer waarschijnlijk wordt waardoor de bloedtoevoer naar het hart beperkt wordt.
Wat is de menopauze?
Perimenopauze